TEN GELEIDE

INgeBEELD 2 is het tweede deel van een actief lessenpakket INgeBEELD dat kleuters, kinderen en jongeren helpt ontwikkelen tot kritische en bewuste kijkers, kijkers die vlot met audiovisuele media omgaan.

Leerkrachten - we spreken in deze publicatie liever over begeleiders (1) - weten erg goed dat beelden vandaag een essentiële rol spelen in onze maatschappij en dat er een zeer krachtige invloed vanuit gaat. Zij beseffen eveneens dat er grote nood is om jongeren te begeleiden en te coachen doorheen deze beeldenwereld. 
Uit onderzoek blijkt dat begeleiders zich onvoldoende geschoold voelen om jongeren adequaat doorheen onze beeldcultuur te navigeren. Vooral het tekort aan opleiding en een gestructureerde methode wordt als erg jammer ervaren (2) .

INgeBEELD is door CANON cultuurcel van het Ministerie van Onderwijs en Vorming in het leven geroepen om een eerste antwoord te geven op de hogervermelde noden. Naast concreet materiaal, wil INgeBEELD een gestructureerde leerlijn aanreiken van de kleuterklas tot en met de hoogste graad van het secundair onderwijs.
Deze handleiding behoort tot het tweede pakket uit een reeks van drie (3) . INgeBEELD 2, het materiaal en de beschreven activiteiten richten zich tot kinderen vanaf 6 tot 14 jaar. Er is bewust gekozen voor een leeftijdsoverlapping met deel 1 en 3, zodat je zelf kan kiezen wat voor jouw kinderen of jongeren het beste aanbod is.

INgeBEELD vertrekt vanuit de huidige ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Als begeleider heb je geen grote voorkennis nodig om met dit pakket te werken. In deze handleiding wordt de methode, de leerlijn en de achterliggende visie verduidelijkt en dan kan je meteen met je groep aan de slag. Uiteraard kan je met gerichte bijscholing meer uit het pakket halen.

Waar in het eerste deel INgeBEELD voor kleuters & jonge kinderen het ontdekken van de rijke beeldcultuur voorop staat (premedia-educatie), focussen we in dit tweede deel actief op de verschillende bouwstenen van de audiovisuele taal. Die bouwstenen (middelen waarover beeldmakers beschikken) los van verhaal en context kunnen opspeuren, herkennen, ermee spelen, combineren, omgooien... is voor INgeBEELD2 het uitgangspunt bij uitstek. Met het materiaal, de activiteiten, opdrachten en uitdagingen die in de doos zitten, moet dat zeker lukken.
Dat dit kijk-, luister-, denk- & doepakket je mag inspireren in je werk met je kinderen en jongeren...

(1) INgeBEELD richt zich in de eerste plaats tot leerkrachten, maar bevat ook veel materiaal waar ook buiten de klas mee aan de slag gegaan kan worden. Begeleider vinden we bovendien ook beter passen bij de leerstijl die bij de voorgestelde activiteiten hoort. 
(2) In 2004 onderzocht Annemie Goegebuer in opdracht van IAK (Initiatief Audiovisuele Kunsten) en CANON Cultuurcel het wel en wee van Audiovisuele vorming in Vlaanderen. Het rapport is ontleebaar in elke bibliotheek en downloadbaar via www.canoncultuurcel.be 
(3) INgeBEELD 1 is voor kleuters en jonge kinderen, INgeBEELD 2 voor lagere school en INgeBEELD 3 voor secundair onderwijs.

INgeBEELD: de achterliggende visie

Beelden bepalen steeds meer ons leven. Overal worden we omringd door beelden: op de straat, in de winkelrekken, op de televisie, in de film, in krant en magazines, maar ook op de computer, de spelconsole, de gsm. 
We leven volop in een beeldomgeving, maar kijken zelf nog vanuit een literaire traditie. Onze blik op beeld is daarom ook beperkt: we zien beelden nog vaak als plaatjes bij praatjes of illustraties bij verhalen. Ook op school worden beelden vooral gebruikt om lesinhouden eens op een andere manier te vertellen, of om hun ontspannende functie.

Omdat we denken en redeneren als 'talige' mensen vermoeden we dat onze greep op wat we zien en horen groot is. Maar de mondigheid die we in het onderwijs nastreven houdt onvoldoende rekening met de doorbraak van digitale technologieën die een nieuwe multimediale cultuur in het leven hebben geroepen.

Kunnen lezen en schrijven was ooit het alleenrecht voor de 'happy few'. Vandaag is het een belangrijke opdracht voor onderwijs om kinderen, jongeren en volwassenen multimediaal geletterd te maken: hen vlot, behendig en kritisch met die media te leren omgaan, kortom: hen mondig te maken in een hedendaagse cultuur.

INgeBEELD wil stap voor stap de mechanismen van die 'beeldtaal' aan de oppervlakte brengen. Vanuit een speels-actieve (ervaringsgerichte) aanpak willen we met kleuters, kinderen en jongeren de volgende einddoelen bereiken:

Leren kijken: de doelen

Media-educatie veronderstelt de realisatie van de volgende einddoelstellingen:

Jongeren kunnen :

  • bewust en kritisch kijken (i.p.v. passief consumeren van beelden)
  • de elementaire basis van beeldtaal vlot beheersen en actief toepassen
  • bewuste keuzes maken uit het uitgebreide aanbod van de audiovisuele media
  • weerbaarheid ontwikkelen tegen de krachtige (zowel positieve als negatieve) invloeden van verschillende audiovisuele media
  • informatie (kennis) uit beeldmateriaal opnemen en verwerken
  • het kijken doseren, een juiste functie en plaats geven t.g.o. andere vormen van vrijetijdsbesteding
  • inzicht verwerven in de veelsoortige communicatiemiddelen van de beeldtaal
  • films en beeldproducten waarderen, met inzicht in de diverse functies ervan: recreatief, informatief, pedagogisch, esthetisch, maatschappelijk...
  • de beeldtaal aanwenden om eigen boodschappen te creëren en weer te geven.
DE LEERLIJN (kruistabel)

Op zoek naar een audiovisuele leerlijn
INgeBEELD 2 tracht stapsgewijs de kijk- en luistervaardigheden van kinderen te ontwikkelen aan de hand van concrete audiovisuele oefeningen. Om systematisch te werken aan deze audiovisuele geletterdheid is het van belang te vertrekken van een algemeen kader waar je als leerkracht een beroep kunt op doen.

 

1. Wat, waarom en structuur ?

Leren bewust kijken en luisteren is een stapsgewijs proces dat doorheen de diverse graden van het lager onderwijs geleidelijk aan evolueert. Kijken, het actief waarnemen, en luisteren, als onderdeel van het cognitief functioneren kan je trainen en oefenen. Waar kleuters en peuters (cf. INgeBEELD1) slechts sommige beelden en geluiden herkennen, is het lagere schoolkind in staat om complexere combinaties van beeld en klank te onderscheiden. Het kind verwerft geleidelijk aan kijk- en luistervaardigheden. Enerzijds doet het kind dit spontaan maar het spontane niveau dat door het kind wordt bereikt, volstaat op zich niet. Leerkrachten kunnen hier op inspelen en dit spontaan kijk- en luistervermogen systematisch aanscherpen. INgeBEELD 2 helpt je hierbij en geeft de leerkracht ondersteunende handvatten.

In eerste instantie spitst de audiovisuele leerlijn zich toe op de bouwstenen van de beeldtaal. Het vertrekt van het fundament (de illusie van beweging) en verkent en analyseert stap voor stap de verschillende bouwstenen van de beeldtaal. De audiovisuele basiscompetenties verwijzen naar de algemene eindtermen (paragraaf 3). Deze eindtermen krijgen een concrete kleur doordat elk afzonderlijk project een aantal concrete (audiovisuele) doelstellingen zal nastreven. Welke (audiovisuele) materialen je nodig hebt om de activiteit tot een goed einde te brengen vind je in deze bundel en tevens op de website terug.

2. Ontwikkelingspsychologische achtergrond

De cognitieve ontwikkeling van het lagere schoolkind bevindt zich volgens ontwikkelingspsycholoog Piaget in het concreet operationele stadium. Het kind begint de werkelijkheid te begrijpen en stilaan kan het een onderscheid maken tussen fantasie enwerkelijkheid. Het magisch denken dat zo typerend is voor de kleuter- en peuterperiode neemt af. In deze fase gaat het denken steeds meer lijken op dat van een volwassene. Maar in tegenstelling met die volwassene is heeft het kind nog steeds een concrete voorstellingnodig bij zijn denken. Pas aan het eind van de basisschoolleeftijd zal het kind overgaan naar het volgende stadium, het formele stadium. Het kind kan zich dan losmaken van de concrete werkelijkheid (waarneming) wanneer hij een probleem moet oplossen. Pas dan kan het kindabstract denken. Globaal gezien zal het kind doorheen de leerlijn steeds meer realiteitszin ontwikkelen in tegenstelling met de peuters en de kleuters. Het kijken (de waarneming) zelf zal steeds meer gericht, meer gestuurd en meer systematisch zijn.

De oefeningen die ingaan op de verschillende bouwstenen volgen een stijgende moeilijkheidsgraad. INgeBEELD2 is opgebouwd in twee basiscategorieën: onderbouw(doelgroep 6-10 jaar) en bovenbouw (doelgroep 10-14 jaar). Rekening houdend met de leerlijn ligt de eerste groep (onderbouw) nog in het verlengde van de peuter- en kleuterleeftijd. De eerste stappen naar abstrahering worden genomen, maar alles ligt nog zeer dicht bij de concrete waarneming. Pas bij de tweede groep (bovenbouw) evolueren de kinderen meer in de richting van abstract denken en kunnen ze geleidelijk aan los komen van wat ze zien en horen. De link met abstract en logisch denken is meteen ook al een link met de eerste graad middelbaar onderwijs en INgeBEELD3.

Om bewust leren om te gaan met audiovisueel beeld zal het kind doorheen INgeBEELD2 geleidelijk aan het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid leren maken, tussen wat echt is en wat niet. INgeBEELD2 speelt hier al onmiddellijk in door te vertrekken van het bewegend beeld als optische illusie. Door speelse proefondervindelijke oefeningen zal het kind zich geleidelijk aan bewust worden hoe uiteindelijk een bewegend beeld tot stand komt of in elkaar steekt.
De parameters echt versus niet echt, waar versus onwaar, werkelijkheid vs. fantasie zijn ingebouwd in veel van de projecten die je in INgeBEELD2 zal terugvinden.

Oefeningen met de aparte bouwstenen in de onderbouw en gentegreerde oefeningen in de bovenbouw zullen het bewustzijn van dit belangrijk onderscheid gevoelig doen toenemen. De focus zal niet komen te liggen op het louter narratieve maar eerder op de eigenheid en de specificiteit van de audiovisuele taal.

Een ander kenmerk dat het jonge kind typeert is de perceptuele gebondenheid. Bij de bouwsteen kader zullen kinderen aanvankelijk zich concentreren op wat ze onmiddellijk zien. Wat minder expliciet waarneembaar is, wordt aanvankelijk genegeerd. Kinderen komen steeds losser van hun oorspronkelijke blik en zien dingen die ze voordien niet zagen. Bijvoorbeeld: kinderen concentreren zich op wat ze binnen het kader zien. Door oefening beginnen ze ook dingen te zien die niet tot het beeldkader behoren.
Het vrij associëren, verbale humor, woordspelletjes en conceptuele ongerijmdheden sluiten zeer dicht aan bij de interessewereld van lagere schoolkinderen. INgeBEELD2 tracht hierbij een aantal gekende oefeningen audiovisueel te vertalen: visuele haikus, beeldgedichten, ritmerijmen...

Bewust, kritisch en creatief leren kijken en luisteren als hoofddoelstelling wordt in INgeBEELD2 steeds opgevat als een actieve oefening waar participatie centraal staat. Ervaring, proefondervindelijk onderzoek, exploreren, analyseren, met elkaar communiceren ensamenwerken zijn de pedagogische peilers die doorheen het lessenpakket de audiovisuele basiscompetentie moeten aanscherpen. Op die manier komt het kind geleidelijk aan los van het concrete beeld/geluid en is de weg naar bewust zelfstandig audiovisueel denken ingezet.

3. De vijf stadia in het beschouwen (kijken) volgens M.J. Parsons.

  1. De associatie
    Het kind geeft een reactie op de zaken die hij herkent. "Dit heb ik ook!, dit ken ik, dit zijn mooie kleuren". In dit stadium roept het beeld associaties op. Op reacties van groepsgenoten gaat het kind nog niet in. Er is sprake van een directe ik-betrokkenheid en van een voorliefde voor kleur. De associatieve bril is vooral herkenbaar bij peuters en kleuters.
  2. Het fotografisch realisme
    In dit stadium leggen we de focus op de voorstelling die in het beeld schuilt. Hoe realistischer, hoe knapper op technisch vlak, hoe meer het beeld wordt geapprecieerd. Vormen die lijken op de realiteit doen het ook nog. Het kind spreekt alleen een oordeel uit over wat afgebeeld wordt, en niet over de esthetische waarde. In dit stadium groeit de mening van de andere. Met de afwijkende mening van de andere heeft het kind het echter nog moeilijk. Dit stadium is vooral herkenbaar in de lagere school. Via een ruim aanbod van beelden en gerichte vragen zullen we kinderen het inzicht bijbrengen dat het fotografisch realisme n voorstellingswijze is en dat er verscheidene anderen bestaan.
  3. De expressie
    In dit stadium wordt het beeld vooral beschouwd als drager van iets wat emoties kan opwekken. Er wordt gezocht naar een betekenis in het beeld. Nu begrijpt iemand heel goed dat de andere er een andere mening kan op nahouden. Daarom is hij ook van oordeel dat er in deze fase niet gesproken kan worden van de objectieve kwaliteit van een beeld. Alleen de eigen gevoelens tellen, want kunst wil gevoelens opwekken en die zijn bij iedereen verschillend.
  4. Het leren beschouwen
    In dit stadium kijkt de waarnemer door de bril van kennis, overleg en inzicht. Hij beschouwt de verschillende aspecten van het beeld zoals tijdsgeest, afkomst (welk land), culturele omgeving, traditie, techniek. Hij praat over de kwaliteit van het beeld. Over smaak wordt niet getwist, maar er kan wel een gefundeerde mening worden geformuleerd.
  5. De eigen mening
    In deze fase is de waarnemer er zich van bewust dat hij een waardeoordeel kan uiten dat gebaseerd is op eigen inzicht en smaak. Die oordelen kunnen afwijken van de algemeen gangbare omdat die gebonden zijn aan een groep, cultuur en een tijd.

4. Relatie met eindtermen

Een aantal eindtermen (4) zijn nauw verwant met audiovisuele geletterdheid. De klemtoon komt hier niet te liggen op technische audiovisuele kennis of vaardigheden maar eerder op het bewust en kritisch omgaan met (bewegend) beeld.
(4) Eindtermen zijn minimumdoelstellingen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de onderwijsoverheid als noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Voor het lager onderwijs zijn er enkel eindtermen voor het einde van de basisschool.
Voorbeeld:
Et 5,3: Eenvoudige audiovisuele informatie uit de eigen belevingswereld herkennen, onderzoeken en vergelijken.

Een kruistabel waar de verschillende projecten gelinkt worden aan de audiovisueel gekleurde eindtermen vind je op hieronder. Op die manier kan je nagaan welk project welk soort algemene eindtermen nastreeft.

kruistabel
leerlijn INgeBEELD 2

Eindtermen zijn algemeen en zeggen nog weinig of niets over de concrete pedagogische didactische aanpak. Daarom zijn per project ook concrete doelstellingen geformuleerd.
Zo weet de leerkracht precies aan welke concrete audiovisuele doelen hij of zij tijdens de activiteiten gewerkt heeft. Men kan dus gemakkelijk nagaan welke doelstellingen al dan niet bereikt zijn.

5. Integratie in de diverse leergebieden

Audiovisuele geletterdheid wordt beschouwd als een basiscompetentie die zowel de noodzakelijke kennis, vaardigheden als attitudes omvat. We vertrekken dus van de eindtermen (cf. kruistabel). Deze zijn natuurlijk niet opgesloten binnen de grenzen van n vakgebied maar zijn verweven met diverse leergebieden. We denken hier in eerste instantie aan:

  • wereldoriëntatie
  • muzische vorming
  • taal
  • ICT
  • mediaopvoeding

We vermelden uitdrukkelijk in eerste instantie omdat relaties met andere leergebieden niet uitgesloten zijn. Een audiovisuele basiscompetentie typeert onze manier van kijken en luisteren doorheen alle leergebieden en door alle verschillende media heen.

De inhouden van deze leerdomeinen kunnen actief aangewend worden om de audiovisuele competentie bij kinderen te stimuleren. Leren kijken en bewust leren omgaan met audiovisueel beeld is n van de belangrijkste doelstellingen van INgeBEELD2. De bouwstenen, de audiovisuele basiscompetenties, de concrete doelstellingen, de activiteiten en het materiaal zijn inspirerende richtingsaanwijzers en geven de leerkracht voldoende tips om de eigen klaspraktijk vanuit een audiovisuele invalshoek te bekijken:

WERELDORIËNTATIE
Het verkennen van de leefwereld van het kind kan niet voorbijgaan aan de massa's beelden die daarin aanwezig zijn. Wanneer we de wereld rond ons waarnemen, bevragen, ordenen, exploreren, ... is de confrontatie met het beeld nooit veraf. De beeldcultuur is meer dan ooit benvloedend.

TAALOPVOEDING
Net zoals we de verschillende bouwstenen leren in het Lager Onderwijs om een taal te leren, moeten we op zoek gaan naar de verschillende elementen (bouwstenen) van de audiovisuele taal. Een soort grammaticale analyse van de beeldtaal. Naast begrijpend lezen zouden we nu ook kunnen spreken van begrijpend kijken.

MUZISCHE OPVOEDING
Dit leergebied is de meest voor de hand aansluitende invalhoek voor audiovisuele vorming. Rechtstreekse verbanden kunnen gelegd worden met het onderdeel 'Beeld', 'Muziek' en 'Media'. De creatieve-muzische invalshoek is n van de mogelijke manieren om audiovisuele informatie te leren (her)kennen, onderzoeken en exploreren.

MEDIAOPVOEDING
Net zoals bij het leergebied muzische opvoeding vinden we hier rechtstreeks aanknopingspunten. Mediaopvoeding wil kinderen de audiovisuele taal van de media beter leren begrijpen en er bewust en zinvol mee om te gaan, dit zowel als receptieve als actieve gebruiker.

ICT
Het audiovisueel verhaal zal veel raakvlakken hebben met de vakoverschrijdende generieke ICT-basiscompetenties die men moet bereiken tegen het einde van het lager onderwijs. Net als bij ICT zal bij 'audiovisuele geletterdheid' de klemtoon niet liggen op de instrumenteel-technische vaardigheden. Integendeel, we accentueren hier vooral het leren omgaan met audiovisuele informatie, actief exploreren, samenwerken en communiceren.

DE MODULE INgeBEELD 2 : 6-14

INgeBEELD 2 is opgedeeld in twee fasen.

De eerste fase omvat FUNDAMENT en ONDERBOUW en richt zich tot kinderen van 6 tot 10 jaar. 
Het eerste hoofdstuk gaat op een actieve manier dieper in op het FUNDAMENT van de audiovisuele taal, meer bepaald de optische illusie die maakt dat mensen bewegende beelden kunnen zien. Via tal van doe-opdrachten wordt er gewerkt op het inzicht dat film, televisie... op zich illusie zijn.
De andere hoofdstukken van de eerste fase lichten telkens n van de bouwstenen van de audiovisuele taal uit, namelijk kader, licht, montage, geluid en beeldbewerking (ONDERBOUW).

In de tweede fase BOVENBOUW (van 10 tot 14 jaar) brengen we de bouwstenen terug samen en behandelen we in diverse projecten de interactie tussen de verschillende bouwstenen en hun effecten op het bewegende beeldverhaal. De projecten voor de bovenbouw zijn zeer uiteenlopend: Filmen zonder camera, de kortfilm Snapshot, het video-art project September, en een project rond de Vlaamse soap Thuis.

Hieronder wordt het gedeelte ONDERBOUW in detail verder besproken :

ONDERBOUW (6-10 jaar)
DE BOUWSTENEN - Inleiding

Vijf bouwstenen

We hebben de audiovisuele taal opgedeeld in vijf bouwstenen: kader, licht, geluid, montage en beeldbewerking. In dit deel maken de begeleiders en de kinderen uitgebreid en vooral actief kennis met deze bouwstenen. In elk hoofdstuk wordt er n bouwsteen uitgelicht, zodat kinderen echt inzicht krijgen in wat zon bouwsteen is. Hoe een bouwsteen inwerkt op het beleven en interpreteren van een bepaald audiovisueel produkt. Het einddoel is om stap voor stap de audiovisuele taal aan de oppervlakte te brengen en los te koppelen van het literair kijken. Op die manier gaan kinderen de eigenheid van deze taal beter begrijpen waardoor ze anders en grondiger gaan kijken en luisteren, leren relativeren n waarderen, en ook zelf actief (i.p.v. consumptief) gaan gebruiken.

In de bovenbouw (10-14 jaar) brengen we in de projecten de bouwstenen samen en gaan we werken op het verband tussen het verhaal en de audiovisuele taal. Welke invloed heeft de vorm op de inhoud (boodschap) en omgekeerd? 

Vijf verschillende delen

Omdat elk deel door andere auteurs is aangemaakt, zitten er op het eerste zicht heel wat verschillen in aanpak. De kernredactie heeft hier toch beslist om zo weinig mogelijk in te breken in de interpretatie en invalshoek van de auteurs. Anders zou de eigenheid, de visie en de ziel van de uitgewerkte bouwsteen verloren gaan. In elk deel vind je een uitgebreide inleiding, visie, structuur en opdrachten terug. De moeilijkheidsgraad van de opdrachten vordert in alle hoofdstukken chronologisch: van eenvoudige naar meer complexe opdrachten voor de wat oudere kinderen. Het is in geen enkel hoofdstuk de bedoeling om alle opdrachten aan te pakken, wel om die eruit te pikken die jij voor jouw groep interessant, uitdagend, passend... vindt. Opdrachten die jij als begeleider aankan.

ONDERBOUW: DE BOUWSTENEN is een zeer uitgebreid pakket aan opdrachten die rechtstreeks of onrechtstreeks inwerken op een beter inzicht, begrijpen en gebruiken van de audiovisuele taal. Op het eind van ieder hoofdstuk zie je in de colofon wie verantwoordelijk is voor de aanmaak van de bouwsteen.

de website

Daarnaast zijn de auteurs erin geslaagd om op het internet tal van interessante links, achtergrondinfo, beeldmateriaal, handleidingen voor software programmas... voor jou en je kinderen te selecteren die het audiovisueel werken op zich bevorderen, maar ook voor een schat aan informatie zorgen! We hebben die links op www.ingebeeld.be samengebracht, omdat ze vaak veranderen of verdwijnen. Met een eigen webstek kunnen we de informatie beter onderhouden, aanpassen of aanvullen. In het boek wordt er enkel verwezen naar de webstek. 
Wat moet je doen om een bepaalde link makkelijk terug te vinden?
Ga naar www.ingebeeld.be . Klik daar op ingebeeld 2. Selecteer onderbouw: de bouwstenen. Kies in het menu de bouwsteen uit waarmee je aan de slag bent en klik de verwijzing aan die in het boek staat (naast Ga rechtstreeks naar : ...)

DE DOOS

inhoud van de doos :

  • 3 boeken :
    • Handleiding & Fundament
    • de bouwstenen (onderbouw) en
    • de projecten (bovenbouw)
  • 39 foto's A4
  • 1 dvd

In de doos zit een dvd. De opdrachten in de boekjes geven aan voor welke opdracht je de dvd nodig hebt. Daarnaast is er ook deze webstek, waar vanuit de opdrachten in de boeken naar verwezen wordt. Heel wat beeldmateriaal, opdrachten en uitbreidingen vind je terug op deze site. Zo is er voor de bouwsteen Licht zelfs een heus online spel ontwikkeld. Ook zijn er mogelijkheden voorzien om gemaakte opdrachten op het wereldwijde web te publiceren. Via een videoplatform (lab.ingebeeld.be) voor eigen creaties kunnen klassen, scholen, begeleiders en kinderen zelf materiaal onderling uitwisselen en opnieuw bewerken. Dit is een afgesloten ruimte, enkel toegankelijk voor geregistreerde gebruikers. Je moet dus eerst een login aanmaken.

DE WEBSTEK

OPGELET : De webstek hanteert dezelfde structuur als in de boeken FUNDAMENT, ONDERBOUW en BOVENBOUW, maar bevat dus slechts aanvullingen en de algemene structuur en informatie! De webstek weerspiegelt geenszins de volledige teksten uit de boeken en bevat niet alle informatie om opdrachten met de klas te kunnen uitvoeren! Hiervoor dient U het pakket INgeBEELD2 te bestellen via Jekino Distributie.

Deze webstek is opgedeeld in 3 hoofdrubrieken : FUNDAMENT, ONDERBOUW en BOVENBOUW. Wij raden je aan om telkens vanuit het FUNDAMENT te vertrekken, omdat daar de essentie van de audiovisuele taal wordt aangegeven. Daarna stap je over naar de BOUWSTENEN (6-10 jarigen) om te eindigen met de PROJECTEN VAN DE BOVENBOUW (10-14 jaar).

Wat moet je doen om een bepaalde link makkelijk terug te vinden?
De verwijzingen in de boeken (FUNDAMENT, ONDERBOUW en BOVENBOUW) naar de webstek (tussen haakjes) kan je in de gelijknamige webstekrubrieken FUNDAMENT, ONDERBOUW en BOVENBOUW bovenaan aanklikken achter Ga rechtstreeks naar . Dan ga je rechtstreeks naar het betreffende onderwerp. Hiervoor moet je wel in de juiste subrubriek geraken eerst. Dit doe je door bovenaan in de grijze balk op de gepaste subrubriek te klikken. Hieronder een voorbeeld :

Voor FUNDAMENT zijn de subrubrieken :

  • handleiding & fundament INGEBEELD
  • handleiding DIGITALE CAMERA & STATIEF
  • handleiding MONTAGE

Voor ONDERBOUW zijn de subrieken (bouwstenen) :

  • KADER
  • LICHT
  • MONTAGE
  • GELUID
  • BEELDBEWERKING

Voor BOVENBOUW zijn de subrubrieken (projecten) :

  • FILMEN ZONDER CAMERA (Cadavre Exquis)
  • SEPTEMBER (vaiku)
  • SNAPSHOT (kortfilm)
  • SOAP (Thuis)
Aan de slag met INgeBEELD 2

De INgeBEELD 2-doos kan je makkelijk naar je hand zetten. 
Je kan ervoor kiezen met je begeleidersteam de leerlijn (zie verder) te volgen. Vanuit die keuze start je met het deel FUNDAMENT, stap je over naar de BOUWSTENEN (6-10 jarigen) om te eindigen met de PROJECTEN VAN DE BOVENBOUW (10-14 jaar). Wij raden je aan om telkens vanuit het FUNDAMENT te vertrekken, omdat daar de essentie van de audiovisuele taal wordt aangegeven. In de doos vind je een steekkaart om je activiteiten telkens te helpen situeren op de leerlijn en de leerdoelen. Op die manier geef je je kinderen een stevige basis mee in het verkennen van de audiovisuele taal.

Het kan, om heel verschillende redenen, zo zijn dat deze aanpak voor het begeleiders-team in eerste aanzet te hoog gegrepen is. Naast die heel gestructureerde en planmatige aanpak is er ook de mogelijkheid om la carte een bouwsteen of project uit te kiezen en ermee te werken.

In beide gevallen is het zeker niet de bedoeling om alle opdrachten en activiteiten uit te voeren en chronologisch af te werken! INgeBEELD 2 biedt in elk hoofdstuk heel wat verschillende soorten van opdrachten die op dezelfde doelen oefenenen. Je pikt er onderdeel per onderdeel die opdrachten uit waarvan jij denkt dat ze in je groep zullen aanslaan en waar jij je als begeleider goed bij voelt. Maar uiteraard mag je drempels nemen en jezelf en je groep uitdagen... De opdrachten zijn telkens uitgetest op hun haalbaarheid. En misschien bouw je zelf ook meer kennis en ervaring op en durf je een jaar later al wat moeilijkere oefeningen met je klas uitproberen.

Bij de opdrachten is rekening gehouden met de soms heel verschillende accomodatie in scholen. Bij elk onderdeel heb je heel eenvoudige opdrachten waar haast geen materiaal voor nodig is, maar er zijn ook camera-, televisie- en computeropdrachten die voor een technisch goed uitgerust team geen probleem zullen vorm.

INgeBEELD 2 nodigt je uit om je eigen (creatieve) klaspraktijken met collegas te delen. Meld je ervaringen en lesideeën via het FORUM of het formulier onder CONTACT. De webmaster kan dit dan als een nieuws item op de homepage (HOME) of onder NIEUWS brengen. Vertel hoe je opdrachten hebt aangepast aan de noden van je groep. Misschien maak je vanuit de opdrachten in FUNDAMENT een leuk hoekenproject, of heb je nog andere toepassingen bij het SOAPidee...

DE AUTEURS

verzamelde expertise
INgeBEELD 2 vertrok vanuit een kernredactie:

  • Steve Maes (mediadocent)
  • Jensen Dehaes (docent nieuwste media)
  • Sarah Vanagt (historicus en documentairemaaktster)
  • Tom Wambeke (pedagoog)

Na een periode van research waarbij verschillende instanties werden geraadpleegd (o.a. de dienst curriculum en de dienst strategische beleidsondersteuning van het ministerie) werd een leerlijn en een werkkader voorgesteld. Kunsteducatieve organisaties, hogescholen, videasten, televisiemakers... konden op die basis een deelaspect (een bouwsteen of een project) van die leerlijn uitwerken in actieve en eigentijdse opdrachten.
De kernredactie kreeg de opdracht om het geheel van uitgewerkte opdrachten te redigeren en op elkaar af te stemmen. uiteraard hebben zij de eigenheid van elk onderdeel maximaal gerespecteerd. Schrik dus niet als je wat stijlverschillen of zelfs een heel andere aanpak in deze INgeBEELD 2 tegenkomt.

Volgende personen waren de auteurs of producenten van de onderdelen:

COLOFON INgeBEELD 2

Projectbegeleiding en eindredactie: Dirk Terryn
Redactie: Steve Maes, Jan Luyten, Dirk Terryn
Kernredactie: Jensen Dehaes, Steve Maes, Sarah Vangt, Tom Wambeke
Illustraties: Ellen Vleugels
Lay-out en druk: Print International, Brugge
Webstek: www.INgeBEELD.be
Webmaster: Sam Geuens
Uitgave in een reeks van 3.
Alle bestellingen via www.jekino.be (BESTELLEN)

Nascholingsaanbodwww.renvlaanderen.be

Concept en realisatie:
Ministerie van Onderwijs en Vorming
Agentschap voor Onderwijscommunicatie
CANON Cultuurcel
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel
www.canoncultuurcel.be

 
Verantwoordelijke uitgever: Brecht Demeulenaere
Depotnummer: D/2007/3241/028

Productie en webmastering:

Sam Geuens, Nele Gulinck, Els Nauwelaerts, Felix Vanginderhuysen
Jekino Distributie
Paleizenstraat 112
1030 Brussel
www.jekino.be